Wat is kinderbekkenfysiotherapie?

Voor ouders

Meestal verloopt het zindelijkheidsproces vanzelfsprekend. Soms ontstaan er moeilijkheden of duurt het proces langer dan verwacht. Ook kinderen ouder dan 6 jaar kunnen last hebben van onvoldoende controle over het plassen en ontlasten.

Continentieproblemen kunnen een grote impact hebben op de kwaliteit van leven van zowel het kind als het hele gezin. Uit onderzoek komt naar voren dat urineverlies in de top-3 van traumatische gebeurtenissen voor kinderen staat. Deze problemen kunnen veroorzaakt worden door verkeerd gebruik van de bekkenbodemspieren waardoor er moeite kan ontstaan met het vullen en/of legen van de blaas en/of endeldarm met kans op verlies van urine/ontlasting.

De kinderbekkenfysiotherapeut bij Bekken&Bodem (Hanna van Asma) is gespecialiseerd in het diagnosticeren, prognosticeren en behandelen van kinderen (3-18 jaar) met plas- en poepproblemen, bedplassen, urineweginfecties, buik/bekkenpijn.

Het bekken wordt gevormd door de beide heupbeenderen, het heiligbeen met het stuitje. Deze zijn door de bekkengewrichten aan de achterkant en de symfyse aan de voorkant met elkaar verbonden. De bekkengewrichten worden door stevige banden ondersteund. Het bekken is niet los te zien van de lage rug. Ze vormen een functionele eenheid.

De bekkenbodem ligt als een soort hangmatje tussen het schaambeen en heiligbeen met het stuitje. Het vormt een komvormige laag onder in het bekken en heeft de volgende functies:

  • Het ondersteunen van de buikorganen (blaas, baarmoeder, darmen).
  • Het openen en sluiten van de kringspieren (plas- en poepspieren) van de bekkenbodem.
  • Het bijdragen aan de stabiliteit van het bekken en de lage rug.

Bij het plassen en poepen spelen de spieren onderin het bekken een belangrijke rol. Meestal zijn de bekkenbodemspieren ontspannen. Bij het ophouden van plas en/of ontlasting moeten deze spieren kunnen aanspannen. Tijdens het plassen en poepen moeten ze helemaal kunnen ontspannen.

Bij kinderen met buikpijn en problemen bij plassen en/of poepen werken de bekkenbodemspieren vaak niet op de goede manier.

Voor kinderen en ouders

Iedereen die eet en drinkt moet ook plassen en poepen. Meestal gaat dit gewoon vanzelf en denkt niemand daar over na. Zindelijkheid betekend; gecontroleerd plassen en poepen op een plaats die daar speciaal voor bedoeld is. Gecontroleerd wil zeggen dat het kind er echt zelf controle over heeft. Hij/zij moet dus plas en poep kunnen ophouden en zelfstandig kunnen reageren op aandrang, door zelf naar een speciale plek te gaan om te plassen of te poepen.

Veel kinderen hebben wel eens een plas- of poepongelukje of plassen in hun bed. Het ene kind verliest soms een scheutje plas of een veeg poep, een ander kind verliest een hele plas of een keutel. Sommigen kinderen moeten erg vaak plassen en zijn soms toch nog nat.

Niemand poept of plast expres in zijn broek of plast expres in zijn bed. Kleine kinderen voelen nog niet goed wanneer ze moeten plassen of poepen en doen dit de eerste jaren nog in een luier. Als je wat ouder wordt leer je voelen wanneer je naar de wc moet gaan om te plassen of poepen. Sommige kinderen leren dit al als ze twee jaar zijn, andere kinderen pas als ze 5 jaar zijn. Het kan zijn dat je altijd al moeite hebt gehad om te voelen wanneer je moet plassen of poepen en dat je dit moet gaan oefenen. Dit is net zo als bij het leren schrijven. Zo kan het ene kind heel netjes kleuren of schrijven en een ander kind moet dit nog wat langer oefenen om het goed en netjes te kunnen.

Veel kinderen praten niet over hun plas en poep ongelukjes, omdat ze zich er voor schamen. Ze weten dan ook niet dat er veel meer kinderen zijn met dezelfde problemen.

De oorzaak van het niet goed kunnen ophouden van je poep of plas kan heel erg verschillen. Soms werken de spieren van het plas- en poepgaatje niet goed. Soms werken de blaas en darmen niet goed. Soms zit het probleem in dingen die er om je heen gebeuren. Het kan zijn dat je het op school heel erg moeilijk vindt, of dat er thuis spanningen zijn tussen je ouders, een scheiding bijvoorbeeld of een ernstig ziek familielid. Soms ben je zelf ziek, waardoor het niet goed lukt om droog en schoon te blijven.

Angst en stress verhogen spanning in je lijf, in je spieren en dus ook in je plas- en je poepspieren. Die gaan daardoor wat minder goed werken, waardoor je klachten kunt krijgen als buikpijn of zonder dat je dit wilt je plas of poep verliezen.

De bekkenfysiotherapeut kan je leren hoe je de plas- en poepspieren kunt gebruiken en kan je helpen om weer de baas te worden over het poepen, het plassen en je buikpijn. Je ouders of de mensen die voor je zorgen, kunnen je daar bij helpen maar het niet van je overnemen. Het is belangrijk dat je echt zelf je best gaat doen en extra gaat oefenen. (Bron: Netty Bluyssen)