Verzakkingsklachten

Locatie voor behandeling:

  • Holtenbroek; Haydnstraat 4
  • Aa-Landen; Boomkensdiep 27
  • Stadshagen; Overtoom 57 (woensdagmiddag in Het Verloskundig Huys)

Verzakking of prolaps is een verzamelnaam voor het verzakken van één of meer organen en steunweefsel in het bekkenbodemgebied. U kunt hierbij denken aan een verzakking van de blaas, plasbuis, baarmoeder, dunne darm, vaginatop, endeldarm en aan aambeien. Combinaties zijn ook mogelijk.

Mogelijke oorzaken van een verzakking:

  • zwangerschap
  • bevalling
  • overgang
  • overgewicht
  • veel hoesten
  • zwaar lichamelijk werk
  • veelvuldig persen
  • erfelijke aanleg
  • gynaecologische operaties (bijvoorbeeld blaasverzakking na baarmoederverwijdering)

Een verzakking kan leiden tot:

  • een drukkend balgevoel in de schede
  • hangend, uitpuilend gevoel in de schede
  • zwaar gevoel in de onderbuik
  • ongemak bij vrijen
  • pijn bij fietsen of wandelen
  • ongewild verlies van urine, van winden, van slijm, van dunne of vaste ontlasting bij drukverhogende momenten zoals hoesten, niezen, rennen, bukken of lachen
  • chronische aandrang (met of zonder verlies van urine of ontlasting)
  • niet goed leegplassen waardoor urineweginfecties en verhoogde aandrang kunnen ontstaan
  • de ontlasting niet goed in één keer kwijt kunnen
  • verstopping
  • lage-rugklachten, toenemend in de loop van de dag
  • het kan ook zijn dat u wel een balletje ziet in de ingang van de schede, maar dat u geen klachten ervaart.

Met gerichte bekkenbodemtraining en adviezen voor uw dagelijks leven, zijn klachten vaak te voorkomen dan wel te verminderen.

Achtergrondinformatie:

Wereldwijd heeft de helft van de vrouwen na één of meer bevallingen een verzakking. Van deze vrouwen heeft 20% daar daadwerkelijk klachten van. In Nederland krijgt 1 op de 5 vrouwen een operatie voor een verzakking. De mate van verzakking zegt niet veel over de aard van de klachten. Soms geeft een relatief kleine verzakking al duidelijke klachten.

De blaas, de baarmoeder en de endeldarm worden met een aantal banden op hun plaats gehouden. Bovendien rusten deze organen op de spieren van de bekkenbodem. Als de banden en spieren niet sterk genoeg zijn, kunnen de organen in meer of mindere mate naar buiten komen. Dit heet een verzakking. Er kan één orgaan verzakt zijn, maar het komt ook voor dat meer organen tegelijkertijd verzakt zijn.

De bekkenbodem bevindt zich aan de onderzijde van het bekken en vormt samen met de botten van het bekken de onderkant van de buikholte. Door de bekkenbodem lopen de urinebuis (urethra), de schede (vagina) en het uiteinde van de dikke darm (rectum). Bij bewegingen als hoesten of lachen, neemt de druk in de buik toe. De bekkenbodem houdt dan alle organen op hun plaats. Zenuwen, banden en spieren van de bekkenbodem zorgen ervoor dat u de plasbuis, de darm en de schede kunt afsluiten als u dat wilt. Door de bekkenbodemspieren te ontspannen, kunt u plassen, gemeenschap hebben of ontlasten. Om urine en ontlasting kwijt te raken, moeten ook de blaas en de dikke darm normaal werken en zich kunnen samentrekken en verslappen.

Samengevat zorgt de bekkenbodem er dus voor:

  • dat de buikholte wordt afgesloten, zodat buikorganen niet naar buiten komen
  • dat u urine en ontlasting niet ongewenst verliest
  • dat u kunt plassen en ontlasten op het moment dat u dat wilt
  • dat u gemeenschap kunt hebben.

< Ga terug